Duik in het diepe

23-05-2021 08:00

Categorie: Wetenschap

Duik in het diepe

Foto: Sabrine el Alami, Redactie: Thomas Smallenbroek

 

Robert Ballard geniet bekendheid als ontdekker van de Titanic. Zelf hecht hij meer waarde aan de wetenschappelijke vondsten van zijn expedities.

 

Robert Ballard onderzocht in 1979 vanuit de duikboot Alvin een breuklijn bij de Galápagoseilanden. In de diepzee gaat Ballard bij voorkeur af op eigen waarnemingen een benadering die leidde tot nieuwe wetenschappelijke inzichten. Foto van Samuel W. ‘Als het toestel daar lag, zou hij het zeker hebben gezien,’ zegt Robert Ballard. Daarop zijn de beelden te zien die het onbemande vaartuigje maakte van de zeebodem bij het rif rond Nikumaroro, het afgelegen eiland in de Grote Oceaan waar Ballard zoekt naar de Lockheed Electra 10E van Amelia Earhart.

Ruim veertig jaar geleden ontdekte Ballard hydrothermale bronnen en vulkanische schoorstenen op de oceaanbodem, later vond hij het wrak van de Titanic en de patrouilleboot van John F. Kennedy uit de Tweede Wereldoorlog. Bij de start van zijn expeditie in 2019 zei Ballard dat hij haar vliegtuig als het hier lag zeker zou vinden. ‘We hebben alles uit de kast gehaald,’ zegt Ballard terwijl de Nautilus wegvaart bij het eiland. Ballard pakte de zoektocht naar Earharts vliegtuig grondig aan.

Via monitors aan boord volgden Ballard en zijn team de hele operatie op de voet. ‘We hebben ons uiterste best gedaan,’ zegt Ballard. Ballard, die als eerste besloot zijn ontdekkingen in de diepzee met een groot publiek te delen, laat zich door tegenslag niet uit het veld slaan. In 1985 gaan Ballard en zijn team op zoek naar de Titanic.

 

Als twaalfjarige zag Ballard 20.000 Mijlen onder Zee, waarin kapitein Nemo in zijn onderzeeër Nautilus de wereldzeeën bevaart. Ballard groeide op in Californië en vermaakte zich aan zee met vissen en bodysurfen, nog onbewust van hoeveel er ónder het wateroppervlak te ontdekken viel. Ballard, zoon van een luchtvaarttechnicus, kwam op school niet goed mee. Ballard besloot oceanograaf te worden (een echte kapitein Nemo) en dat gaf hem een doel in het leven.

Als verbindingsofficier onderhield Ballard vanuit Massachusetts de contacten met onder meer het Woods Hole Oceanographic Institution. Ballard groeide op in Zuid-Californië.

 

‘De duikboot daalt gestaag verder tot hij de breuklijn bereikt, 2700 meter onder de zeespiegel,’ schreef Ballard in zijn eerste reportage voor National Geographic, in mei 1975. Als lid van het tienkoppige onderzoeksteam zag Ballard met eigen ogen het bewijs voor platentektoniek, een destijds nog omstreden fenomeen. Ballard verkiest steevast, zoals hij zelf zegt, zijn ‘eigen waarnemingen’ boven de theorie. De Alvin, met zijn dieptebereik van 3600 meter, vormde daarbij een ideaal hulpmiddel.

Ballard besefte dat hij, als hij de diepzee wilde onderzoeken, verbonden moest blijven aan Woods Hole en het ‘kleine witte duikbootje’. Deze organismen, die gedijen in de buurt van bronnen die waterstofsulfide uitstoten, voeden zich met het onwelriekende gas dankzij chemosynthese, een proces dat Ballard en zijn team niet kenden tot ze het met eigen ogen zagen. Ballard probeerde een systeem te ontdekken in de vindplaatsen van deze hydrothermale bronnen en ontdekte zo een ander tot dan toe onbekend fenomeen. Tijdens een expeditie voor de kust van Baja California stuitte zijn team op ‘schoorstenen’ die zwarte rook uitbraakten.

Ballards ontdekkingen waren vernieuwend, maar bemande onderzeeboten zijn verre van ideaal. Er blijft maar weinig tijd over voor onderzoek, en bovendien zijn zulke missies niet ongevaarlijk. Zo ontstond er tijdens Project FAMOUS brand in de Franse onderzeeër waarin Ballard zich bevond, en kwam de Alvin klem te zitten in een rotsspleet. Toen de bathyscaaf van de Amerikaanse marine waarin Ballard zat tijdens een missie naar de Kaaimantrog tegen een rotswand botste, ontstond er een gat in de gastank.

Het duurde zes uur voor de duikboot weer aan de oppervlakte was, en al die tijd twijfelde de crew serieus of ze het er levend vanaf zou brengen. Ballard vroeg zich af of je dit soort werk niet beter aan robots met camera’s kon overlaten. De ontdekking van deze hydrothermale bronnen in 1979 door Ballard en zijn team betekende een doorbraak in de oceanografie.

 

In 1977 zette Ballard zijn zinnen op het vinden van de Titanic, maar zijn eerste poging liep uit op een ramp. Hieraan was een bak bevestigd met daarin voor een half miljoen euro aan geleende sonarapparatuur en camera’s. Midden in de nacht stortte het bouwsel in, nog voor het zoeken naar het schip goed en wel was begonnen. Ballard gaf zich niet gewonnen.

Voor de marine was dit dé manier om in het noorden van de Atlantische Oceaan de gezonken kernonderzeeërs Thresher en de Scorpion te onderzoeken. Dankzij deze missies, die tot eind jaren negentig geheim bleven, kon Ballard twee weken lang op zoek gaan naar de Titanic. Omdat de tijd drong werkte Ballard samen met een Frans team dat het zoekgebied verkende met geavanceerde sonar. Hij ging ervan uit dat de Fransen het schip zouden vinden en dat zijn rol beperkt zou blijven tot het leveren van de filmbeelden.

Ballard maakte een schatting van de afmetingen van de puinbaaierd van de Titanic en bepaalde zo het zoekgebied van de Argo. Vanaf dat moment was Ballard, tot zijn vreugde en chagrijn, ‘de man die de Titanic heeft ontdekt’, een wapenfeit dat zijn grootste wetenschappelijke ontdekkingen overschaduwde. Door alle publiciteit ontkiemde echter ook een zaadje dat al in 1972 was geplant toen Ballard op een duikclub Melville Grosvenor ontmoette, de voorzitter van de National Geographic Society. Grosvenor vroeg hem om voor het Magazine te schrijven.

Van meet af aan had Ballard op zijn expedities journalisten en fotografen meegenomen. Daarnaast had hij meegewerkt aan diverse tv-specials van National Geographic over zijn werk (iets waarop veel andere onderzoekers neerkeken.) Dit stak, maar Ballard bleef zijn werk met de buitenwacht delen. Na zijn vondst van de Titanic had hij duizenden brieven van kinderen ontvangen. Wie weet kon hij de jeugd enthousiast maken voor avontuurlijke expedities.

Deze missie zou nog aan belang winnen toen zijn leven een dramatische wending nam. Een erg gelukkig huwelijk was het niet, maar Ballard was dol op zijn zoons. Zodra de jongens oud genoeg waren, mochten ze mee op zijn expedities, te beginnen met Todd, de oudste. Hij vergezelde zijn vader ook op de tweede poging in juni 1989, toen het wél raak was.

Ballard en Earle trouwden in 1991, en hun kinderen, Benjamin en Emily, zouden hun vader op diens reizen vergezellen. Ballard hield zich nu alleen nog bezig met het doen van vondsten en deelde zijn ervaringen met een groot publiek. In de Zwarte Zee vond hij behalve een goed geconserveerd schip ook bewijs voor een ‘zondvloedachtige’ overstroming. Net als zijn held kapitein Nemo bevoer hij de wereldzeeën, maar een eigen Nautilus bezat hij nog altijd niet.

Hij had een Oost-Duits onderzoeksschip op het oog dat voor spionage leek te zijn gebruikt. De vraagprijs bleek voor Ballard te hoog. Naar het voorbeeld van het door hem bewonderde Corps of Discovery van Lewis en Clark richtte Ballard een Corps of Exploration op. Dit team zou op de Nautilus bij expedities over de hele wereld zorgen voor de techniek.

Na jaren meevaren op allerlei onderzoeksschepen, kreeg Robert Ballard zijn eigen schip, de Nautilus. In de controlekamer bekijkt Ballard de beelden van twee duikbootjes die speuren naar het vliegtuig van Amelia Earhart.

 

Zo belandde Ballard in 2019 bij Nikumaroro. Dankzij de EEZ-opdracht kon Ballard ook onderzoek doen langs de Californische kust, waar hij in onderwatergrotten zocht naar sporen van de vroegste menselijke bevolking in het gebied. Op de achtergrond is Ballard altijd op zoek gebleven naar zichzelf. Hij vroeg zich af waarom zijn brein zo anders werkte dan dat van anderen.

Hij mocht dan 26 boeken en meer dan 150 wetenschappelijke publicaties op zijn naam hebben, lezen en schrijven bleef hij lastig vinden. Hij bestelde het boek, las het in één ruk uit en huilde toen hij het uit had, vertelt hij, ‘omdat ik mijzelf eindelijk begreep’. In het commandocentrum van zijn schip voegt hij de informatie van tientallen schermen moeiteloos samen tot één enkel beeld. Tijdens zijn eerste duik naar de Titanic viel in de Alvin de sonar uit, en toch wist Ballard precies waar hij heen moest.

In de diepzee heerst ‘volstrekte duisternis,’ zegt Ballard, ‘maar niet voor mij.