Schedels bieden inzicht in zintuigen en vliegvermogen van archosauriërs

16-05-2021 08:00

Categorie: Wetenschap

Schedels bieden inzicht in zintuigen en vliegvermogen van archosauriërs

Foto: Nina van Ooijen, Redactie: Enya van der Molen

 

Röntgenscans van de schedelinhoud van deze prehistorische dieren vertellen veel over de wijze waarop ze zich voortbewogen, wat ze konden horen en zien en zelfs welke piepgeluiden hun jongen maakten.


Uit de ogen en oren van deze dinosauriër kan worden afgeleid dat het dier ’s nachts jaagde.


Op basis van fossielen, pootafdrukken en bijtsporen op botten hebben ze indrukwekkende reconstructies van deze wezens kunnen maken. En dankzij röntgenopnamen van de schedelinhoud van archosauriërs kunnen paleontologen nu enkele van de meest fascinerende inzichten in de leefwijze en het gedrag van deze wezens presenteren. In een tweetal studies die vorige week in het tijdschrift Science zijn verschenen, hebben paleontologen dankzij röntgenopnamen van het binnenoor en de oogkassen van dinosauriërs en andere prehistorische reptielen allerlei aspecten van de leefwijze van deze dieren kunnen verduidelijken, inzichten die ze zonder deze techniek waarschijnlijk nooit hadden kunnen opdoen. Dankzij de robuustheid van deze schedels zijn dit soort details ook tientallen miljoen jaren later nog goed te onderscheiden.

Tijdens een van de twee onderzoeken, onder leiding van Yale-student Michael Hanson en zijn mentor, Bhart-Anjan Bhullar, werden schedelscans van 124 archosauriërs gemaakt, een groep waarvan sommige dieren al 225 miljoen jaar op aarde rondlopen en die onder meer de dinosauriërs en andere prehistorische reptielen, de krokodillen en de moderne vogels omvat. Zo konden ze de evolutie van het vliegvermogen bij dinosauriërs en daarmee van hun moderne nakomelingen, de vogels, beter in kaart brengen. Daarnaast leverden de resultaten van beide studies zeer zeldzame aanwijzingen op voor de geluiden die dinosauriërs gemaakt kunnen hebben. Het reconstrueren van deze vocale uitingen is notoir lastig.

Maar uit de vorm van het binnenoor van dinosauriërs kan wel enigszins worden afgeleid wat deze dieren hoorden en ook welke geluiden ze mogelijk zelf maakten. “Eerlijk gezegd had ik nooit gedacht dat we iets over de geluiden van dinosauriërs zouden proberen te zeggen,” zegt Bhullar.

Schedel voor het vliegen
Toen de paleontologen scans bekeken van dinosauriërs genaamd troödontiden, die tussen 145 en 66 miljoen jaar geleden in het Krijt leefden en waren uitgerust met een sikkelvormige klauw, ontdekten ze dat ze hetzelfde binnenoor hadden als de eerste vliegende vogels uit het voorgaande tijdperk, het Jura, dat 201 miljoen jaar geleden aanving. “Ik denk dat ook niet-vliegende dinosauriërs die nauw verwant waren aan de vogels zich op complexe manieren voortbewogen,” zegt Bhullar, zoals klimmen in bomen of klauteren over bergachtig terrein. Bij dinosauriërs die nauw verwant zijn aan de vogels kunnen deze leefwijzen hebben bijgedragen aan de ontwikkeling van eigenschappen van het binnenoor die te zijner tijd goed van pas kwamen bij het vliegen, een activiteit die complexe bewegingen en controle over de ledematen vereist.

Dinosauriërgezang
De nieuwe analyses kunnen ook iets vertellen over de wijze waarop deze dieren met elkaar hebben gecommuniceerd. Paleontologen denken dat volwassen exemplaren van deze soorten dankzij deze aanpassing in staat waren om het hoge gepiep van hun jongen te horen, dat mogelijk leek op dat van pas uitgekomen moderne alligators en krokodillen. Dat betekent dat de zangvogels van nu hun vocale vaardigheden mogelijk hebben te danken aan het gepiep van kleine geschubde reptielen die tweehonderd miljoen jaar geleden uit het ei kropen. Volgens hem kunnen paleontologen ook dankzij nieuwe inzichten in de zintuigen van moderne dieren meer te weten komen over de anatomie en het gedrag van soorten die lang geleden zijn uitgestorven.

Kortom, onze kennis over moderne dieren draagt bij aan onze kennis over dinosauriërs, en vice versa.